Bij houtrotherstel wordt een nieuw stuk hout gemonteerd in bestaand hout. Dat nieuwe deel moet zo veel mogelijk dezelfde werking hebben als het bestaande hout, om spanningen tijdens de seizoensveranderingen te voorkomen. Daar is de hele werkwijze op ingericht. Op deze pagina lees je precies hoe.
Hout neemt vocht op en staat het weer af, het hele jaar door. Wordt het vochtgehalte hoger, dan zet het hout uit; droogt het, dan krimpt het. Een passtuk dat goed is ingelijmd en rondom is afgelakt beweegt daardoor minimaal, en vooral: het beweegt mee met het kozijn waar het in zit. Kleine maatverschillen door de seizoenen zijn normaal en zijn geen gebrek.
Voor de verwerking gelden twee vuistregels. Schilder en verlijm pas als het bestaande kozijn onder de 18 procent houtvocht zit, de grens die schilders standaard hanteren. Wil je er zeker van zijn dat de reparatie zo min mogelijk spanning opbouwt? Match dan de vochtpercentages van het bestaande hout en het nieuwe passtuk vóór montage. Waarom: na het inlijmen trekt het passtuk altijd naar het vochtgehalte van zijn omgeving toe. Is het bij de montage veel droger dan het kozijn, dan zet het daarna nog uit terwijl het al vastzit; is het natter, dan krimpt het juist en komt de verse lijmnaad op spanning te staan. Die beweging wil je vóór de montage laten gebeuren, niet erna. Meet daarom kozijn én passtuk met een houtvochtmeter, en is het verschil meer dan een paar procent, laat het passtuk dan eerst enkele dagen droog en geventileerd acclimatiseren, zoals in het stappenplan staat.
Let op de volgorde: de verlijming gebeurt op kaal hout. Een lijmvlak dat al gegrond of geverfd is, hecht op de verflaag in plaats van op het hout. Grond en lak het geheel dus pas af nadat de epoxy is uitgehard, en houd daarbij in alles de voorschriften van de epoxyfabrikant aan. Een goed aangebracht verfsysteem houdt het vochtgehalte daarna in bedwang. Verf maakt hout niet waterdicht, maar remt de opname en afgifte zó af dat het hout het hele jaar rond een rustig gemiddelde blijft in plaats van mee te schieten met elke natte week. Daarom is de afwerking essentieel: rondom dekkend, ook de kopse kanten, en kale plekken direct bijwerken. Elke onbehandelde plek is een open deur voor vocht.
Niet elke houtsoort neemt even snel vocht op. Naaldhout, zoals Oregon Pine, is opener van structuur en reageert vlotter op nat en droog weer; Oregon Pine compenseert dat met zijn trage groei, smalle jaarringen en hoge aandeel kernhout, waardoor het per saldo rustig blijft. Hardhout, zoals meranti, is dichter: het neemt trager vocht op en staat het trager af, en reageert daardoor kalm op weersomslag. Dat maakt meranti van nature maatvast in wisselend weer.
Voor jouw herstel betekent dit twee dingen. Kies de houtsoort die bij het bestaande kozijn past, de vuistregel uit de keuzehulp, dan bewegen oud en nieuw in hetzelfde tempo. En weet dat vocht vele malen sneller via het kopse hout naar binnen trekt dan via het vlak: dáárom is het aflakken van de kopse kanten zo belangrijk. Werk je aan een naaldhouten kozijn? Lees dan ook waarom je daar naaldhout terug wilt.
Hout krimpt en zwelt niet in elke richting evenveel. Gezond, volwassen hout beweegt in de lengte vrijwel niet. Alleen jong hout rond het hart en hout dat onder spanning is gegroeid wijken daarvan af, en juist die worden eruit gezaagd en gekeurd. Dwars op de jaarringen (radiaal) werkt hout merkbaar, en in de richting van de jaarringen (tangentieel) ongeveer twee keer zo veel.
Dit verklaart de keuzes hieronder. Bij een dosse gezaagd deel liggen de jaarringen over het brede vlak, dus daar valt de sterkste werkrichting samen met de breedte. Bij rift staan de ringen rechtop en werkt over de breedte alleen de rustige radiale richting: het deel blijft vlakker.
Er gaat geen bundel ongezien hout de deur uit. Elk passtuk wordt in eigen werkplaats gezaagd, geschaafd en gekeurd. Bij die keuring gaat het om de punten die er bij kozijn- en dorpelhout echt toe doen.
Dit zijn dezelfde punten die in de vakwereld aan kozijnhout worden gesteld. Houtschade past ze toe op elk stuk, ook op een enkel passtuk van dertig centimeter.
Uit een stam komen planken en balken. Zuiver kwartiers, met de jaarringen precies haaks op het vlak, bestaat eigenlijk alleen bij planken. Een rechthoekige balk, waar kozijnstijlen en dorpels uit komen, is standaard rift gezaagd: de jaarringen staan schuin tot rechtop. Uit die balken komen de passtukken, dus rift is bij Houtschade de standaard.
Werking zit vooral in de breedte. Een dosse vlak, met liggende jaarringen, werkt het meest; bij rift staan de ringen schuin tot rechtop en blijft het deel vlakker. Op het stuk zie je dat terug als een rustige, vaak wat diagonale streeptekening; dat is het kenmerk van rift, geen afwijking. Die keuze is standaard, zonder meerprijs.
Een correct aangebracht verfsysteem reguleert de verandering van het vochtgehalte in het bestaande en het nieuwe hout. Dat is essentieel om de werking binnen het gerepareerde kozijn te minimaliseren.
Dit geldt voor al het hout: Oregon Pine en Dark Red Meranti (70% PEFC) zijn massief, uit één stuk, dus de zaagwijze telt bij elke maat.
Schrijft een bestek een specifieke zaagwijze voor, of twijfel je wat jouw situatie vraagt? Mail dan vóór het bestellen naar maatwerk@houtschade.nl, dan komt het juiste stuk er.
Houtrotherstel is en blijft een zwakke plek in het kozijn: een naad, twee stukken hout, een verlijming. Juist daarom loont het om elke stap perfect te doen. Een goed gekozen en gekeurd passtuk is het begin; de verlijming, het vochtpercentage en het verfsysteem maken het af.
De juiste epoxy, volgens de fabrikant. Gebruik altijd een 2-componenten epoxy die door de fabrikant is bedoeld voor houtreparatie buiten; gewone houtlijm of vulmiddel is hier niet voor gemaakt. Volg de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant nauwkeurig: de mengverhouding, de minimale verwerkingstemperatuur, de open tijd en de eisen aan een schone, droge ondergrond. Dat betekent kaal hout: verlijm niet op een gegrond of geverfd vlak, tenzij de fabrikant van jouw epoxysysteem een eigen voorbehandeling voorschrijft. De voorschriften van de fabrikant zijn altijd leidend; wijken die af van wat hier staat, volg dan de fabrikant.
Het juiste houtvochtpercentage. Meet vóór het verlijmen het vocht van het kozijn én van het passtuk en breng ze op vrijwel gelijk niveau. Boven de 18 % houtvocht wacht je: laat het bestaande kozijnhout drogen en/of het passtuk acclimatiseren. Een passtuk dat veel droger of natter is dan het kozijn gaat na de montage alsnog werken en zet de verse lijmnaad onder spanning.
Een hoogwaardig verfsysteem, perfect aangebracht. Werk het geheel af met een kwalitatief hoogwaardig verfsysteem in de laagdikte die de verffabrikant voorschrijft, rondom dekkend. Het verfsysteem reguleert daarna de verandering van het vochtgehalte in het bestaande en het nieuwe hout en houdt zo de werking binnen het gerepareerde kozijn klein. Elke onbehandelde plek is een open deur voor vocht.
In het stappenplan zie je de verlijming stap voor stap.
Jij plaatst het stuk zelf, en een goed resultaat is teamwerk. Dit is jouw deel.
Twijfel je bij ontvangst over een stuk? Mail een foto naar maatwerk@houtschade.nl voordat je het verwerkt, dan kijkt Houtschade mee. Wat er precies is afgesproken over maatvoering, controle en retour staat in de algemene voorwaarden.
Stel je passtuk samen in de keuzehulp en zie direct de prijs. Vragen vooraf? Mail info@houtschade.nl, Houtschade denkt graag mee.
🛒 Naar de keuzehulp